De on(be)(t)kende pijn voorbij

 

Er was eens een jong meisje genaamd Jane Stil. Ze was vaak alleen omdat ze ver van de stad woonde en nog maar pas naar school ging. Ze groeide op met haar vader en moeder. Haar vader was vaak van huis en als hij thuis was dan was hij altijd maar druk met klussen aan het huis. De moeder was zo gewend aan het alleen zijn dat ze Jane ook vaak alleen liet spelen. Jane leerde als snel dat ze zichzelf kon vermaken en ze zelf iets kon oplossen. Zo leerde ze, door die ene keer, dat ze haar moeder niet om hulp moest vragen wanneer haar vader weer eens thuis was. Haar moeder was dan extra gespannen. Jane liep in de weg. Zij hoorde er dan niet bij.

  

Op school leerde Jane dat je samen met anderen leuke dingen kon beleven en dat ze nieuwe dingen leerde. Van een afstand keek ze vaak wat ze kon doen of zeggen om erbij te horen. Maar iets in haar maakte haar terughoudend. Ze kende het niet om erbij te horen dus keek ze goed hoe anderen het deden. Zo wist ze al snel dat als je speelgoed deelde dat ze haar aardig vonden. Of een koekje uit haar broodtrommeltje. Ze zag ook dat de kinderen die druk bezig waren met elkaar veel plezier hadden en aandacht van elkaar kregen. Jane ontwikkelde zich van Jane Stil naar Jane Doe. Ze was altijd bezig om anderen te helpen en grappig te doen.

 

Als Jane dan naar huis kwam was ze heel moe. Maar ook miste ze de klas als ze zich thuis weer alleen voelde. Het contrast werd nog groter. En door haar gemis begon ze ook thuis meer te doen om haar moeder blij te maken. Haar moeder was er wel blij mee dat Jane zo goed mee hielp en Jane kreeg steeds meer aandacht van haar moeder.  De stress bij haar moeder nam af en ook toen vader thuis kwam was moeder leuker.

  

Jaren gingen voorbij en Jane leerde John Rust kennen. Ze werden verliefd. John was een rustige jongen en genoot van Jane hoe zij aandacht voor hem had en zij zo actief met anderen bezig was. John had al jong zijn vader verloren en zijn moeder had hem hard nodig. Hij vervulde de rol van zijn vader in de huishouding voor zijn dankbare moeder. Ze hadden dezelfde interesse voor fietsen waar ze samen genoten zonder veel te praten. Beiden gingen werken in de zorgsector en al snel besloten ze samen te wonen. Ze kochten een huis, deelden vakanties, verbouwden een tuinhuisje en besloten na getrouwd te zijn om zwanger te worden. Ze werden ouders van een prachtig jongetje. Alles was perfect. John voelde zich er goed bij dat hij aan het klussen was in huis voor zijn gezin en Jane werd blij dat John zo goed voor hun huisje en haar gezin zorgde. Ze waren beiden niet meer alleen en ze voelden zich belangrijk voor elkaar.

  

Inmiddels ging Tom naar middelbaaronderwijs, was het tuinhuisje klaar, hadden ze minder behoefte aan reizen, was Jane yoga gaan doen in plaats van fietsen en was John bezig met een studie waardoor hij zich vaak terug trok. Langzamerhand was de verbinding tussen hen weg en begon Jane zich onrustig te voelen. Ze miste John. Ze voelde zich eenzaam en liet hem dit meermalen weten. John was te druk om dit van haar te willen begrijpen en kon het gezeur niet meer horen. Ze hadden toch alles voor mekaar? Het was toch juist fijn dat ze elkaar de gang lieten gaan en elkaar de vrijheid gaven? Er waren zelfs zelden ruzies omdat hij zo meegaand was en zij zo zorgzaam. 

  

Jane voelde zich eenzamer dan ooit. Ze dacht constant dat John niet meer van haar hield en ging daarom nog meer haar best doen om zijn waardering en aandacht te krijgen. Al haar beredeneringen voor haar gevoel werden afgewezen en niet gehoord. John werd moe van alle beschuldigingen en omdat hij niet wist met haar gevoel om te gaan liep hij ervoor weg en ging maar weer een uurtje fietsen. Het duurde nog een paar jaar tot Jane besloot dat ze wilde scheiden. Liever alleen dan eenzaam.

  

Waar was het nu misgegaan?

  

Jane Stil was van nature een introvert meisje. Opgegroeid zonder aandacht en waardering. Zonder te leren hoe je met anderen contact maakt. Ook al was de natuurlijke behoefte er wel. Maar Jane had dit voorbeeld niet van haar ouders en had ook de verbinding niet met haar ouders. En wanneer ze wel verbinding zocht, dan werd ze afgewezen. Haar ouders leefden op een wijze wat Jane en John later ook deden. Ieder een eigen leven binnen de relatie. Jane leerde dat ze er mocht zijn wanneer ze met anderen omging. En hoe meer zij zich aanpaste en zorgde, hoe groter de kans was dat ze mocht blijven. De angst voor afwijzing en eenzaamheid was zo groot geworden dat ze al het mogelijke deed om er bij te horen.

  

Toen ze John leerde kennen (John had eenzelfde verleden en een zelfde manier gevonden om niet eenzaam te voelen) herkende ze in John haar stille kant en gedeelde interesses zorgden voor verbindingsmomenten. Zo deelden ze jaren lang Doe projectjes. Jane en John werden Doe mensen terwijl ze Stil- Rust mensen waren. Door te doen werden wisten ze in contact te blijven met elkaar. Doordat ze niet gezien werden als kind maar wel toen ze gezien wilden worden en extra hun best gingen doen, hebben ze een belangrijke eigenschap van zichzelf afgewezen. Hun introverte kant mocht niet gezien worden. Jane baalde vaak van haar verlegen kant en John voelde zich de nerd die niemand wilde kennen. John vulde de eenzaamheid van Jane en andersom. Doordat ze hun eigen angst voor eenzaamheid verborgen hielden, de angst voor afwijzing door geliefden uit de omgeving negeerden door heel erg hun best te doen voor de ander, het verdriet van de afwezige ouder niet wilden voelen, werden dit de John en Jane Doe emoties. Verborgen emoties die een zichzelf herhaaldelijk afkeuren. Doordat deze angst en verlies emoties van kinds af aan niet gezien werden, werden ook de ervaringen niet gezien, werden de gedragingen die hierbij hoorden afgewezen. Ze wijzen een deel van zichzelf af en hiermee ook dat deel van de ander.

  

Jane en John waren zo druk bezig om hun pijnlijke emotie te vermijden en hadden de focus altijd maar op eigenschappen die ze wilden hebben om erbij te horen, dat ze zich niet meer compleet voelden. Die ander moest hun wel compleet maken. Maar toen ze compleet leken te zijn bleven de verborgen emoties knagen aan hun zonder te weten wat het nu was. En hoe harder Jane bezig was, na haar scheiding, om te laten zien dat ze nu gelukkiger was, des te eenzamer zij zich ging voelen.

  

Tot Jane een burn out kreeg. Zij moest uitrusten en werd haar gezegd dat ze niets meer mocht doen en met een deskundige moest praten. Jane, zo volgzaam als zij was, deed keurig wat haar gezegd werd. Zo ging ze dagelijks wandelen in het bos. En voelde zich al snel weer eenzaam. Ze moest enorm huilen wanneer ze dit gevoel had. En in plaats van iemand op te zoeken of te gaan winkelen, leerde ze om alleen te zijn en te voelen dat het pijn deed. Ze kon volledig opgaan in het verdriet wat bij de eenzaamheid hoorde.  Maanden gingen voorbij en langzamerhand leerde ze dat eenzaamheid en de angst ervoor heel vroeger verdriet had gedaan maar om die pijn te overleven had ze geleerd om het Stil-zijn te verbannen. Eenzaamheid had nu alle aandacht van haar gekregen en was geen taboe meer. Jane begreep dat zij zich pas eenzaam kon voelen wanneer zij haar Stille persoonlijkheid zou afwijzen. En dat zij zich nog eenzamer zou voelen als ze zichzelf niet kon zijn en bleef hopen dat ze die ander kon worden. Uit angst dat ze afgewezen zou worden en alleen zou komen te staan bleef zij haar masker ophouden.  Jaar in, jaar uit.

  

De VOLgende levensfase. Jane voelde zich steeds meer compleet toen ze al haar angsten en verdriet onder ogen ging zien, toen ze begreep dat haar ouders en ook John dezelfde angsten en verdriet hadden, ook al was het verhaal bij hun leven niet hetzelfde. Daarom voelde John zo vertrouwd maar was hij tegelijkertijd onbetrouwbaar (hij was ook zichzelf niet) en ging zij daardoor heel erg haar best doen om net afgewezen te worden. En ook toen zij zichzelf in alle opzichten volledig omarmde, kon zij haar ouders volledig accepteren wie zij waren. Haar ouders waren ook een deel van haar.

  

Jane en John bleven vrienden maar omdat Jane wel en John niet aan zichzelf gewerkt had, vonden ze elkaar niet meer op de vlakken waar ze elkaar eerder op gevonden hadden. Jane leerde een man kennen die in haar huidige leven meer een gelijke was en ook volledig in contact met zichzelf kon zijn. Zo nu en dan spiegelden ze elkaar nog de oude angst voor afwijzing maar konden ze er samen over hebben zonder verwijtend te worden. Ze leerden hun eigen angsten en verdriet te omarmen en te accepteren dat dit een deel van hen zelf was en dat de ander slechts de spiegel hiervan was.

  

Jane Doe was de angst voor eenzaamheid, John Doe was de angst voor falen, beiden een angst voor afwijzing. De emotie die niet genoemd kon worden en geen naam had.